De zit van de ziel
Het concept van de ziel is in de dag van vandaag niet meer zo concreet. We praten er nauwelijks over, alsof het iets van vroeger is. Maar tegelijk gebruiken we bijna constant een ander woord dat er misschien heel dichtbij ligt: ik. Maar wat is dat eigenlijk, wat is de ik, of wie is de ik. En waar zit die ik, de échte ik? In mijn brein? In mijn hart? In de zuurstof die ik via mijn longen naar binnen adem? Of zit de ik misschien nergens, omdat ik zoek naar iets wat zich niet laat vastpakken? Of is de echte ik helemaal niet hier maar maakt dit lichaam dat de “ik” ervaart contact met de ik via mechanismes die hedendaagse wetenschap nog niet volledig grip op heeft? Of is de ik maar een concept om dingen makkelijker te begrijpen met ons mentale lichaam en is de werkelijkheid veel ingewikkelder en minder afgebakend en opgesplitst. En daarmee eigenlijk een soepele overgang of verwatering van het alles. Zwevend in het een, waargenomen door een perspectief. Terwijl het eigenlijk allemaal een geweldig netwerk van constant licht en trillingen is dat zich constant voortbeweegt. En nooit stil staat.
Hmmm dat vind ik maar ingewikkeld. Ik stel dat de enige echte ik die direct waarneembaar is, is de focus van je bewustzijn. Hij zit nu achter je ogen terwijl je dit leest. Maar wanneer je je ogen dicht doet kan je de ik ook naar je linker kleine teen brengen, of naar de onderkant van je buik terwijl je diep inademt en hij in je bekkenbodem ligt. Als die focus zich zo makkelijk door mij heen kan bewegen, dan ben ik blijkbaar meer dan alleen een hoofd met ogen. Dan is er een heel landschap waar de ik doorheen kan reizen.
De focus van het bewustzijn is de zit van de zelf en daarmee het meest dichtbij bij de ziel in deze waarneembare werkelijkheid. De volledige zelf zijn alle verschillende lichamen die samen een zijn. Lichamen zijn in deze zin alle verschillende vormen die de zelf kan ervaren maar ook de onervaren onderdelen. Dit is voor mij logisch om te begrijpen. Ik zie het zelf als een soort kaart. Niet als de waarheid, maar als een manier om de weg te vinden. Op mijn kaart staan vijf lichamen: je fysieke lichaam, emotioneel, mentaal, energetisch en spiritueel lichaam. Het zal in werkelijkheid vast veel ingewikkelder liggen en niet zo zwart wit opgesplitst zijn maar, met voor mijn huidige westers opgeleide brein werkt deze manier van het conceptualiseren.
Ik hoorde ooit eens: als een kat blaft, is het nog steeds een kat. Wat je doet verandert niet wat je bent. Ergens ben je altijd jezelf, ook als je dingen doet die niet bij je passen. Maar aan de andere kant is er een versie van jezelf, ik noem het de blauwdruk, die je alleen kunt vinden via de focus van je bewustzijn. Wie ben ik echt, of wie wil ik zijn. Niet wie je moet worden, maar wie je eigenlijk altijd al was. Misschien ben je hem onderweg kwijtgeraakt, of laat je hem niet zien in wat je doet. Maar hij is er nog. Bij elke actie die ik doe weet ik ergens of het goed voelt of niet. Misschien is dat mijn hart. Als de focus van je bewustzijn het instrument is waarmee je zoekt, dan is je hart misschien het kompas dat aangeeft of je de goede kant op gaat. Je hoeft er alleen maar naar te luisteren. Tuurlijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan, maar toch is dat misschien wel het allerhoogste en eerste doel op aarde, jezelf zijn, de volledige zelf. Die komt vanuit goedheid en liefde. In deze zin is leren begrijpen wat je blauwdruk is, en hoe je er in kan stappen of de acties kan doen waar je met je volledige zelf achter staat de belangrijkste rode draad van ons leven, misschien wel de enige.